De provinciale taakstelling wordt gekenmerkt als regisseur van een gebiedsgericht plattelandsbeleid. De provinciebesturen zijn hiervoor de aangewezen partner van de Vlaamse overheid om dit te realiseren.
Deze regisseursrol kan als volgt gedefinieerd worden:
• Geografische afbakening van plattelandsgebieden
De provincie heeft als intermediair bestuur inzicht in lokale eigenheden en samenhang. Daarnaast kan de provincie, op basis van haar vermogen om regionale actoren samen te brengen, ook nieuwe samenwerkingsvormen creëren, inspelend op actuele behoeften.
• Het opstellen en uitvoeren van gebiedsgerichte plattelandsontwikkelingsplannen in nauw overleg met de betrokken gemeenten en diverse partners
Kennis en ervaring van de provincie inzake de regionale samenhang en de actuele heersende knelpunten die een beleidsmatige oplossing behoeven, worden hierbij ingezet. Hiervoor ontwikkelt de provincie de nodige instrumenten.
• Het vertolken van de rol als kenniscentrum, procesbegeleider en platformfunctie
Om de bovenstaande taakstelling te kunnen uitvoeren dient het profiel van het plattelandsloket te worden bijgesteld van een loketfunctie naar een kenniscentrum voor plattelandsontwikkeling met bijkomende een platformfunctie waarin de belangen van de lokale besturen en de plattelandsactoren worden samengebracht in gebiedsgerichte en horizontale projecten.
• Kwaliteitsbewaking inzake beeldkwaliteit en streekidentiteit
Nieuwe infrastructuur houdt vaak geen rekening met de lokale identiteit en de beeldkwaliteit van de streek, met een rommelig uitzicht tot gevolg. Vanuit de provinciebesturen werden een aantal beleidsinstrumenten ontwikkeld om die beeldkwaliteit te versterken: de provinciale kwaliteitskamer, erfbeplanting, de dorpsontwikkelingsstrategie.
• Gerichte communicatie en sensibilisering van plattelandsontwikkeling
De provincie is een ideale uitvalsbasis om de regionale plattelandsinitiatieven te communiceren. De sterke contacten vanuit het plattelandsloket met diverse projectpromotoren en reguliere plattelandsactoren verhogen de draagkracht van de communicatie-initiatieven.