Het provinciaal beleid rond Gelijke Kansen situeert zich tussen het Vlaams en het federaal beleid enderzijds en het lokale beleid anderzijds. De provincie staat dichter bij de lokale realiteit dan het Vlaamse en het federale niveau. Vanuit deze positie kan de provincie het Vlaamse gelijkekansenbeleid en het federaal beleid inzake gelijke kansen en geweld vertalen naar lokale besturen en verenigingen.
Heel wat gemeenten zijn op zichzelf niet slagkrachtig genoeg om een effectief en efficiënt gelijkekansenbeleid uit te werken en uit te voeren. Zij hebben hiertoe vaak niet de nodige menskracht en evenmin de nodige bagage en netwerken en zijn vragende partij voor ondersteuning.
Ter versterking en uitvoering van het Vlaamse gelijke kansenbeleid voert het provinciale niveau opdrachten uit die overeenstemmen met de volgende kerntaken:
- Plannen: ondersteunen van lokale besturen en non-profitorganisaties bij beleidsvoorbereiding, -uitvoering en – evaluatie. Dit kan via cijfermatige analyses, het opzetten van onderzoeken maar vooral ook via procesbegeleiding en inhoudelijke ondersteuning bij het uitwerken van concrete beleidspistes rond gelijke kansenbeleid in alle facetten met focus op dwarsverbanden, tussen thema’s en samenwerking over beleidsdomeinen heen
- Netwerkvorming: het ondersteunen, coördineren en afstemmen van alle actoren bij de uitvoering van het Vlaamse gelijke kansenbeleid in functie van een intersectorale en/of bovenlokale uitvoering. Op vraag van gemeenten die dit nuttig of nodig achten kunnen de provincies ondersteuning bieden bij de concretisering en uitvoering van de lokale regierol door de gemeente. De provincies treden op als neutrale draaischijf om sectoroverschrijdende samenwerking mogelijk te maken en fungeren als kenniscentrum van het werkveld én van particulieren ter vertaling van Vlaams verzamelde kennis en methodieken naar de (boven-)lokale praktijk via procesbegeleiding, vorming, sensibilisering, en intervisie. Als neutrale partner coördineren ze het nodige overleg en brengen alle relevante partijen rond een thema samen op bovenlokaal en intersectoraal niveau.
- Impulsbeleid: Vanuit de uitvoering van de bovenstaande opdrachten moet de mogelijkheid bestaan om tegemoet te komen aan specifieke regionale noden en/of om experimenten met nieuwe methodieken mogelijk te maken.