De provincies beschouwen volgende taken als eigen aan de provincie in het kader van het integratie- en inburgeringsbeleid:
1. De bovenlokale en provinciale bevordering van het samenleven in diversiteit en van gelijke kansen:
- Detecteren van bovenlokale problemen en blinde vlekken en hier rond maatregelen nemenals het opzetten van experimenten, het voorzien van een ondersteuningsaanbod (de tolkendiensten, de projecten rond taalbeleid in basis- en secundaire scholen, de projecten rond doorstroming van etnisch -culturele minderheden naar hoger en universitair onderwijs, het organiseren van studiedagen en aanbieden van materiaal en begeleiding met betrekking tot de interculturalisering van de zorg zijn hier voorbeelden van);
- Informeren en sensibiliseren van de bevolking via vormingsinitiatieven en brede sensibilisering rond migratie, diversiteit en interculturele relaties ( bv. het verzamelen van cijfergegevens over migratie, cartoonwedstrijd m.b.t. discriminatie, documentatie- of educatieve centra, het stimuleren van interculturele ontmoetingen,...);
2. De ondersteuning (adviseren, stimuleren, coördineren, subsidiëren,...) van lokale besturen in het voeren van een lokaal etnisch-cultureel diversiteitsbeleid, gekaderd in het Vlaams beleid met specifieke aandacht voor de kleinere gemeenten en intergemeentelijke samenwerkingsinitiatieven (bv. door het organiseren van een overleg met de gemeentelijke integratiediensten, vorming aan gemeentelijke ambtenaren, gezamenlijk opzetten van experimentele projecten zoals voorlichting aan allochtone ouderen, geven van subsidies, overleg in het kader van doortrekkersterreinen).
3. Het voeren van een intern inclusief provinciaal diversiteitsbeleid (bv. positief actieplan rond het personeelsbeleid, overleg en samenwerking met provinciale diensten cultuur, sport en jeugd,...) en het garanderen van inspraak en participatie in het provinciale beleid (bv. door de oprichting van een provinciale integratieraad, de organisatie van een provinciaal overleg minderheden, het bevorderen van de deelname van etnisch-culturele minderheden aan ad hoc provinciale werkgroepen).