De provincies zich engageren tot (1) het vervullen van de brugfunctie tussen sociale huizen op lokaal niveau en het bovenlokale welzijnsveld (netwerkfunctie), tot (2) het aanleveren van cijfermatige gegevens en methodologische ondersteuning bij het gebruik ervan ( o.m. dienstig voor de opmaak door de lokale besturen van de decretaal voorziene tussentijdse evaluatie lsb-plan) en tot (3) het aanreiken van participatiemogelijkheden bij de uitvoering van het lokaal sociaal beleid.
De provinciebesturen concretiseren deze opdrachten vanuit Vlaanderen in een provinciaal plan van aanpak. De eigenlijke realisaties zullen verscheiden zijn van provincie tot provincie. Elke provincie heeft zijn eigenheid en historiek wat een directe weerslag heeft op de invulling van de opdracht 'ondersteuning op maat'. Uiteraard zal waar mogelijk gestreefd worden naar afstemming en samenwerking.
De coördinatie in het kader van lokaal sociaal beleid ligt bij de Vlaamse administratie.
De provinciebesturen en de regionale partners bieden een duidelijke meerwaarde in het verhaal van lokaal sociaal beleid.
De provinciebesturen zien erop toe dat optimaal gebruik wordt gemaakt van elkaars kennis en instrumenten, tussen de regionale partners onderling en de regionale partners en het provinciebestuur, onderling overleg tussen regionale partners en provinciebesturen zorgt voor de nodige kruisbestuiving en optimalisering van de ontwikkeling van instrumenten, kennis en expertise.
In opvolging van hun kernopdrachten zien de provinciebesturen toe op het gebruik van de interprovinciale sociale kaart, de provinciale instrumenten uitgebouwd door de steunpunten sociale planning en stimuleren ze netwerking.