Leefmilieu is bij uitstek een beleidsdomein waarin de provinciebesturen hun intermediaire rol als bovenlokaal bestuursniveau en motor van de gebiedsgerichte werking kunnen opnemen.
Milieuproblemen zijn per definitie (gemeente-) grensoverstijgend, vertonen raakvlakken met tal van andere beleidsdomeinen en zijn daardoor uitermate complex. Vandaar dat zij maar kunnen worden aangepakt door een adequate taakverdeling tussen de verschillende bestuursniveaus en een intense interbestuurlijke samenwerking.
De provinciebesturen hebben een waardevolle inbreng in dit beleidsdomein, zowel in het voeren van een eigen bovenlokaal milieu - en natuurbeleid als in het opnemen van een bestuurlijk partnerschap binnen een gebiedsgerichte werking.
Daarom moet het provinciebestuur zich in het milieubeleid, naast het eigen beleid, ook positioneren als een onderhandelingsbestuur: belangen afwegen en bemiddelen tussen overheden, sectoren en publieke en private actoren binnen een bepaalde streek. Het provinciebestuur heeft daarbij een belangrijke planningsfunctie.
Daarnaast moeten de provincies als streekbestuur een belangrijke rol vervullen op het vlak van informatieverstrekking, educatie en vorming. Zowel naar de lokale besturen als naar de burgers toe.
Sectordossier Milieu
In het kader van de Vlaamse verkiezingen van 2009 stelde de VVP een sectordossier Milieu samen. U kan het dossier hier nalezen.
De Samenwerkingsovereenkomst 2008 - 2013
De Vlaamse regering keurde op 21 december 2007 de nieuwe samenwerkingsovereenkomst met de provincies (2008 – 2013) goed. Deze overeenkomst treedt op 1 januari 2008 in werking. Met deze nieuwe samenwerkingsovereenkomst wil minister H. CREVITS de provincies ondersteunen bij de uitbouw van hun milieubeleid.
Opmerkelijk is dat met deze samenwerkingsovereenkomst grotendeels is tegemoet gekomen aan de voorstellen van de gedeputeerden nl. eenvoudiger, minder rapporteringslast en meer keuzevrijheid (beleidsruimte) inzake het realiseren van bepaalde projecten.
Hier vindt u de tekst van de samenwerkingsovereenkomst, de rapportering en de definities terug.
Milieubeleid
Naast decretale taken en taken op basis van overeenkomsten met de Vlaamse overheid nemen de provincies (op basis van hun autonomie) inspelend op kansen en bedreigingen op het terrein tal van andere initiatieven. Voorbeelden daarvan zijn de laboratoria van de provincies Antwerpen en Oost – Vlaanderen die zich ontwikkelden als echte kenniscentra inzake milieubeleid, de samenwerking met de gemeenten, samen-aankoop van groene energie, het opstellen van een milieubarometer, het ontwikkelen van een “licht” – visie, diverse preventie campagnes o.a. rond afval, het verlenen van subsidies, opstellen en verspreiden van nieuwsbrieven, …
Milieuvergunningen
Binnen de provinciale opdrachten en bevoegdheden inzake leefmilieu is het beoordelen van milieuvergunningsaanvragen wellicht één van de meest zichtbare reguliere taken.
Aan de deputaties van de provincieraden werd de bevoegdheid verleend om kennis te nemen van en te beslissen over milieuvergunningsaanvragen voor de klasse 1-bedrijven met een belangrijke impact op het leefmilieu. De deputaties kunnen ook vanaf dan in beroep oordelen over beslissingen die door de schepencolleges over de klasse 2-bedrijven worden genomen.
Startnota Omgevingsvergunning
Op 22 juli 2011 keurde de Vlaamse regering de “Startnota inzake de invoering van de unieke omgevingsvergunning” goed (lees meer). Dit is een eerste stap naar de unieke vergunning, het samensmelten van de stedenbouwkundige en de milieuvergunning voor inrichtingen/activiteiten waarvoor zowel een stedenbouwkundige als een milieuvergunning nodig is.
Met het invoeren van de omgevingsvergunning zullen initiatiefnemers niet langer een aparte stedenbouwkundige vergunning en milieuvergunning moeten aanvragen bij verschillende overheden. De omgevingsvergunning geeft de toelating om zowel te bouwen als te exploiteren. Bij deze startnota formuleerde de VVP een standpunt (lees meer).
Conceptnota Omgevingsvergunning en Permanente Milieuvergunning
De principes in de Startnota over de Omgevingsvergunning (zie hoger) werden door de bevoegde ministers (Ph. MUYTERS en J. SCHAUVLIEGE) verder uitgewerkt in twee conceptnota's. Deze conceptnota's werden op 23 december 2011 goedgekeurd door de Vlaamse regering en betreffen enerzijds “de invoering van een permanente milieu-/omgevingsvergunning” (lees meer) en anderzijds “de invoering van de omgevingsvergunning” (lees meer). Deze nota's werden aan o.a. de VVP om advies. Bij beide conceptnota’s keurde de VVP een standpunt goed .
- Standpunt Omgevingsvergunning
Op het eerste zicht lijkt de ' omgevingsvergunning ' een grote stap vooruit met als doelstelling in Vlaanderen een efficiënt vergunningenbeleid door te voeren. Na een grondige analyse van de conceptnota stelt de VVP vast dat het vergunningenbeleid wordt herleid naar het ARAB-tijdperk en dat er nog veel vragen en bedenkingen zijn over o.m. de rechtszekerheid van de aanvragers en de omwonenden, de complexiteit van de procedures , de periodieke evaluaties en de handhaving. Ook is er in de conceptnota geen evaluatie gemaakt van de bestaande vergunningenstelsels en van de vooropgestelde doelstellingen.
De VVP wijst als voornaamste knelpunt aan dat de doelstellingen van de conceptnota , zijnde: tijdswinst, vereenvoudiging en efficiëntie voor de betrokken actoren niet worden gehaald. Finaal komt de VVP dus tot de conclusie dat de voorliggende conceptnota zich niet leent als instrument tot de implementatie van een efficiënt vergunningenbeleid in Vlaanderen. (Lees meer).
- Standpunt Permanente Milieuvergunning
Na een grondige analyse komt de VVP tot de conclusie dat de voorliggende conceptnota over de permanente vergunning, de aanzet kan zijn tot de hertekening van het milieuvergunningenbeleid in Vlaanderen.
De koppeling met de omgevingsvergunning is hiervoor niet noodzakelijk. De rechtszekerheid voor de bedrijven en vooral de voorziene overgangsregeling zouden juridisch nader dienen te worden bekeken.
De grootste uitdaging wordt evenwel de uitwerking van een efficiënt werkend evaluatie-systeem, gedragen door alle actoren en ondersteund door een performante milieuvergunningendatabank.
Cruciaal hierbij is dat het pro-actieve vergunningenbeleid van de provincies moet behouden blijven. (Lees meer).
Natuur-en milieueducatie
In de voorbije 20 jaar hebben de provincies op het vlak van NME een stevige werking uitgebouwd zodat in elke Vlaamse provincie een uitgebouwde provinciale dienst voor NME bestaat. Daarnaast is er een mozaïek van natuur- en milieu - educatieve initiatieven zowel vanuit Vlaanderen, de gemeenten als de particuliere organisaties (NGO’s). Inzake milieu-educatie vervult de provincie een coördinerende en ondersteunende rol. De provinciale NME-netwerken vormen daarin een cruciale spil. (Lees meer).
Bovendien staan de provincies in voor het implementeren van Milieuzorgsystemen in het Onderwijs (MOS).
Duurzame ontwikkeling
Via tal van projecten deden de Vlaamse provincies ervaringen op rond duurzaam bouwen, hernieuwbare energie, sensibilisatieprojecten als “Klimaatwijken”, … Belangrijk daarbij is dat meer dan in “klassieke” projecten een geïntegreerde aanpak met andere beleidsaspecten wordt uitgewerkt.
Die werking zetten de provincies verder waarbij de provinciale Steunpunten Duurzaam Bouwen (erkend door de Vlaamse overheid) met als doel duurzaam bouwen dichter bij de (ver - ) bouwer te brengen in het oog springt.