In de aanloop naar de provincieraadsverkiezingen worden in deze en de volgende nummers van de VVP-nieuwsbrief een aantal items over de provinciale organisatie, zoals geregeld in het nieuwe provinciedecreet van 9 december 2005 (BS 29 december 05) behandeld . In deze aflevering 1 worden een aantal items onder de loep genomen die onmiddellijk verband houden met de komende provincieraadsverkiezingen. In aflevering 2 zal o.m. worden ingegaan op het statuut van de provincieraadsleden.
In de bijdrage wordt regelmatig verwezen naar artikels van het provinciedecreet (PD). U kan het provinciedecreet hier downloaden.
Wie kan zich geldig kandidaat provincieraadslid stellen?
Om tot provincieraadslid verkozen te kunnen worden moet men Belg zijn, 18 jaar geworden zijn en in het bevolkingsregister van een gemeente in de provincie ingeschreven zijn. Men mag zich ook niet bevinden in een geval van niet-verkiesbaarheid. Deze gevallen zijn: ontzet zijn van het recht om verkozen te worden door een veroordeling, uitgesloten zijn van het kiesrecht ten gevolge van een veroordeling tot een criminele straf en geschorst zijn tot de uitoefening van het kiesrecht. Aan al deze voorwaarden moet uiterlijk de dag van de verkiezing, dus op 8 oktober, voldaan zijn (art. 23 provinciekieswet).
Wie kan zetelen als provincieraadslid?
Verkozen zijn tot provincieraadslid betekent niet automatisch dat men kan zetelen als provincieraadslid. Er zijn namelijk een aantal onverenigbaarheden.
Er is vooreerst een onverenigbaarheid die verband houdt met familiale banden (art. 11, 1e alinea, 6° PD). Bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad kunnen niet samen zetelen in de provincieraad van dezelfde provincie. Ook echtgenoten of personen met een wettelijk samenlevingscontract kunnen dit niet (art.11, 1e alinea, 6° en 2e alinea PD).
Wanneer een huwelijk of een verklaring van wettelijk samenwonen tot stand komt na de verkiezingen geldt de onverenigbaarheid ook. Dat geldt niet voor aanverwantschap dat nadien tot stand komt (art. 11, 3e alinea PD).
De onverenigbaarheid houdt op door een echtscheiding, het ophouden van het wettelijk samenwonen of bij het overlijden van de persoon door wie ze tot stand gekomen is.
Indien men samen verkozen is, wordt er gekeken naar de grootte van de quotiënten op grond waarvan de door die kandidaten verkregen zetels aan hun lijst zijn toegekend. De persoon aan wie het eerst een zetel werd toegekend mag zetelen. Als een van de twee effectief gekozen is en de andere plaatsvervanger, dan geldt het verbod om te zetelen voor de opvolger (art. 11, 2e alinea PD).
Vervolgens zijn er ook onverenigbaarheden die te maken hebben met het vervullen van andere mandaten en functies (art.11, 1e alinea PD).
Kunnen niet zetelen als provincieraadslid:
1. de leden van de Kamer en Senaat, het Vlaams en Europees parlement alsook de leden van de Vlaamse en de federale regering en de Europese commissie;
2. de provinciegouverneurs, de adjunct van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant, de gouverneur en vice-gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, de (adjunct)arrondissementscommissarissen, voor zover hun ambtsgebied gelegen is in de provincie in kwestie;
3. de (plaatsvervangende) magistraten en de griffiers bij de hoven en de rechtbanken, de administratieve rechtscolleges en het Arbitragehof;
4. de personeelsleden van de provincie in kwestie of van de provinciale externe verzelfstandigde agentschappen van de provincie;
5. de personen die in een intermediair beleidsniveau van een andere lidstaat van de Europese Unie en ambt of een mandaat uitoefenen dat gelijkwaardig is aan dat van provincieraadslid, voorzitter van de provincieraad, gedeputeerde of provinciegouverneur.
Te noteren valt dat, anders dan vroeger, er geen onverenigbaarheid meer ingeschreven staat tussen het mandaat van provincieraadslid en gemeenteambtenaar, de bedienaren van de eredienst en militairen in actieve dienst.
Er kunnen nog andere onverenigbaarheden ingesteld worden door wetten of decreten. Artikel 127 van de wet van 7 december 1998 op de geïntegreerde politiediensten verbieden de politieambtenaren zich kandidaat te stellen voor een politiek mandaat.
Soms komt men in reglementen beperkende bepalingen tegen die het uitoefenen van een politiek mandaat afremmen. Dit zijn echter geen wettelijke onverenigbaarheden maar behoren tot het domein van de deontologie en kunnen enkel eventueel tuchtrechtelijk gesanctioneerd worden.
Wat is het verschil tussen een onverkiesbaarheid, een onverenigbaarheid, een verhindering en een verbodsbepaling?
De onverkiesbaarheid ontneemt een eventuele kandidaat het recht om tot het mandaat verkozen te worden (zie vorige vraag). Aan de onverkiesbaarheid kan maar een einde komen als bvb. de straf is volbracht.
De onverenigbaarheid verhindert een verkozene zijn/haar mandaat uit te oefenen (zie vorige vraag). Alleen een wet of decreet kan een onverenigbaarheid instellen. Vermits het hier een beperking betreft van het recht om een politiek mandaat uit te oefenen, dienen de wettelijke bepalingen strikt geïnterpreteerd te worden. Het is een relatief beletsel dat vervalt met de oorzaak dat het tot stand gebracht heeft. Aan een onverenigbaarheid kan een einde gemaakt worden, vóór de eedaflegging, door af te zien van het mandaat dat of de functie die niet te combineren valt met het mandaat van provincieraadslid.
Een raadslid kan ook verhinderd zijn. Tijdens de periode van verhindering wordt hij/zij vervangen door de eerste opvolger. De redenen van de verhindering zijn in een decreet bepaald, namelijk om medische redenen, om studieredenen of wegens verblijf in het buitenland, dit gedurende minstens 12 weken. Een ander geval van verhindering is wanneer het raadslid (zowel vrouw als man) ouderschapsverlof voor geboorte of adoptie wenst op te nemen. Indien hij/zij niet langer verhinderd is, zal hij/zij zijn/haar mandaat terug kunnen opnemen (art. 14 PD).
De verbodsbepaling belet de uitoefening van het mandaat niet, maar verhindert bepaalde handelingen te stellen bij het uitoefenen van het mandaat. Het betreft hier gevallen waarbij de mandataris geacht wordt niet geheel onpartijdig te kunnen optreden. Dit is bvb het geval in een aangelegenheid waarin het raadslid rechtstreeks belang heeft, hetzij persoonlijk, hetzij de echtgenoot of bloed- en aanverwanten tot de vierde graad belang heeft bij een aangelegenheid (art. 27 PD).
Hoeveel raadsleden zijn er en hoe worden ze verkozen ?
Er zijn in alle provincies 84 provincieraadleden, behalve in de provincie Limburg waar er maar 75 zijn, zolang deze provincie minder dan 1 miljoen inwoners telt (art. 5, §1 PD).
De kiesomschrijving waarbinnen raadsleden worden verkozen, zijn de kiesdistricten. De kiesdistricten bestaan uit een of meerder kieskantons (art. 6, §1 PD). Deze districten worden opgenomen in een tabel die als bijlage bij het provinciedecreet zal gevoegd worden (art. 2 voorontwerp van decreet tot wijziging van het provinciedecreet van 9 december 2005, dat artikel 2 van de PW-wet aangepast herneemt). Voor de verkiezingen van 8 oktober e.k. zullen dezelfde districten gelden als deze voor 2000.
Binnen elke provincie worden, bij elke provincieraadsverkiezing, de mandaten verdeeld over de districten volgens het bevolkingscijfer. Het bevolkingscijfer dat in aanmerking komt voor de verkiezing 2006 is dit op 1 januari 2005 (art. 6, §1 PD).
Bij de provincieraadsverkiezingen is apparentering mogelijk, indien de kandidaten, met het oog op de zetelverdeling, een verklaring van lijstverbinding met kandidaten van lijsten die ingediend zijn binnen hetzelfde administratief arrondissement indienen (art.15 provinciekieswet).

Voor meer info:
E-mail: greta.thooft@vlaamseprovincies.be

|