Welkom bij de Vereniging van de Vlaamse Provincies.

Wat is de meerwaarde van het provinciaal bestuursniveau?

De provincies zijn veel meer dan een administratie. Dankzij hun unieke
intermediaire positie kunnen ze met kennis van zaken kort op de bal spelen.
Als efficiënte planner en regisseur zijn ze goed geplaatst om centrale en
lokale, publieke en private en sectorale actoren samen te brengen. Als
platform kunnen ze flexibele samenwerkingen en overkoepelende initiatieven
opzetten, coördineren of ondersteunen.

‘Efficiënt’ betekent niet alleen snel en flexibel, maar ook dynamisch. De
provincies willen waar mogelijk nieuwe initiatieven en impulsen voldoende
ruimte geven. Ze zetten ook hun ‘hefboomfunctie’ in wanneer ze kunnen. Ze
komen op voor regionale belangen en kunnen deuren openen voor burgers
en maatschappelijke organisaties.

De provincies bieden burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties
ook verschillende producten en diensten aan. Ze doen dit alleen of in
samenwerking met partners. Ze beschikken over uitgebreide terreinkennis
én de nodige slagkracht. Zo leveren ze niet alleen uniforme kwaliteit, maar
verzorgen ze ook maatwerk waar nodig.

Hebben de provincies wel voeling met de sociaaleconomische realiteit?

In elke democratie moet het beleid zoveel mogelijk inspelen op de behoeftes
die leven op het terrein. Ieders belang zo goed mogelijk behartigen blijft een
evenwichtsoefening.

De provincies hebben als voordeel dat ze dicht genoeg bij de burgers, de
gemeenten en het middenveld staan om de lokale noden te herkennen. Waar
nodig kunnen ze ook voldoende afstand nemen om op een objectieve manier
prioriteiten te stellen. Hun meerwaarde is net dat ze kunnen omgaan met de
wisselende schaal waarop bepaalde bestuurszaken zich stellen.

Zijn er niet te veel provinciemandatarissen?

Voor het bestuur in het algemeen, en dus ook op provinciaal niveau, is
het belangrijk dat alle streken goed vertegenwoordigd zijn. In een goed
uitgebalanceerd debat komen diverse stemmen uit de hele provincie aan bod.

Het aantal provincieraadsleden is de laatste decennia gedaald. Vóór 2006
telden provincies met meer dan 1 miljoen inwoners 90 raadsleden. Tussen
2006 en 2012 waren dat er 84. Vanaf 1 december 2012 wordt het aantal
teruggebracht tot 72. Dan zal ook voor provincies met minder dan 1 miljoen
inwoners het aantal provincieraadsleden gedaald zijn van 80 tot 63. Het aantal
gedeputeerden zal in 2018 van 6 naar 5 worden teruggebracht.


Zijn de provincies niet té onzichtbaar?

Men zegt wel eens dat de provincie te weinig zichtbaar is voor de burger.
Het klopt dat de provincies minder in de schijnwerpers staan dan andere
bestuursniveaus. Die discretere houding strookt met de scharnierfunctie en
verbindende rol van de provincies. Het is ook niet verwonderlijk dat de lokale
pers heel wat aandacht besteedt aan het gemeentelijk beleid. De nationale
pers richt dan weer eerder haar ogen op wat er op politiek vlak gebeurt in
Brussel.

Toch zetten de provincies zich in om de burger op diverse manieren te
informeren, te bereiken en te betrekken. Voor heel wat zaken zijn hun
rechtstreekse klanten overigens niet de burgers, maar de gemeenten en
het maatschappelijk middenveld. Zij kennen de provincies erg goed. In de
toekomst willen de provincies meer werk maken van de participatie van alle
belangrijke stakeholders. Zo willen ze het beleid versterken.

Waarom moeten de provincies afslanken?

In het licht van de interne staatshervorming hebben de provincies zelf
vastgesteld dat hun takenprofiel te ruim werd. Ze waren namelijk ingegaan op
allerhande vragen van lokale en hogere overheden. De provincies deden op
den duur ‘te veel te weinig’. Intussen hebben ze dat profiel zelf aangescherpt.

Dat gebeurde in overleg met - en werd niet opgelegd door - de Vlaamse
overheid. De provincies ijveren voor partnerschap, niet in het minst met de
lokale besturen. Daarbij willen ze erover waken dat de eigenheid van hun
missie behouden blijft.


Waarom kunnen die provinciale taken niet door de gemeenten of gemeenteclusters worden verricht?

Voor heel wat bevoegdheden is de draagkracht van de gemeenten te klein. Ze
zouden al vlug in concurrentie met elkaar komen. Een opsplitsing van een provincie
in verschillende regio’s leidt dan weer tot een versnippering van het beleid. Dat
zou meer kosten en minder efficiënt zijn.

Soms staan de gemeenten te dichtbij en staat de Vlaamse overheid te veraf.
Gedeconcentreerde Vlaamse diensten kunnen dan weer geen beslissingen nemen
omdat niemand ze ter verantwoording kan roepen. Vele bestuurszaken vragen
dus enige afstand en neutraliteit. En net daar neemt de provincie haar rol op.

Zijn de provincies tegen de interne staatshervorming?

Zeker niet. De provincies hebben de bestuurlijke ‘verrommeling’ zelf aangekaart in
hun VVP-memorandum 2009. Want tal van bestuurlijke circuits tasten de efficiëntie
van het verkozen bestuur en het democratisch beslissingsproces aan.
Aanvankelijk was de hervorming van het binnenlands bestuur volgens
de provincies te eenzijdig gericht op het afslanken van de provincies.

Andere structuren (de gedeconcentreerde diensten, intergemeentelijke
samenwerkingsvormen …) bleven buiten schot. De provincies reageerden dan
ook op het initiële plan, het Groenboek van de Vlaamse overheid. Ze screenden
zelf hun taakstelling en schreven een verscherpt profiel uit. Het Groenboek werd
aangepast. Het Witboek dat erop volgde, was de basis voor de onderhandelingen
met de sectorministers over de verdeling van de bevoegdheden. De Vlaamse
provinciebesturen staan nu klaar om hun vernieuwde missie aan te vatten, in
goede samenwerking met de Vlaamse overheid en de gemeenten.