De problematiek van betaalbare huisvesting is een brandend actueel onderwerp. Alle bestuursniveaus in België zijn dan ook actief bezig met het uitbouwen van een woonbeleid. Ook de Vlaamse provincies werken, elk op hun eigen manier, mee aan het realiseren van een woonbeleid in Vlaanderen.
Naar aanleiding van de het ‘Praktisch Handboek Provinciebeleid’ werden vier artikels geschreven met de taken die de Vlaamse provincies opnemen in verband met wonen. Voor meer concrete informatie over het provinciale woonbeleid, verwijzen we u naar deze artikels door.
Naar aanleiding van de Vlaamse verkiezingen in juni 2009 stelde de VVP een sectordossier Wonen samen. U kan het sectordossier hier nalezen.
Op 19 september 2005 werd het samenwerkingsprotocol voor een betere interbestuurlijke samenwerking op het vlak van wonen ondertekend door de Vlaamse minister van wonen, VVP, de vijf gedeputeerden bevoegd voor wonen en VVSG. Het protocol houdt een engagement in om rond de drie thema’s gegevensverzameling en –analyse, communicatie en ondersteunen lokaal woonbeleid samen te werken en om de gewestelijke, gemeentelijke en provinciale initiatieven op de drie actieterreinen waar mogelijk op elkaar af te stemmen.
Er werden een stuurgroep en drie werkgroepen opgericht met telkens ambtenaren van het Vlaams, provinciaal en gemeentelijk beleidsniveau en het kabinet Keulen. Onder meer omwille van de gevolgen van de reorganisatie van de Vlaamse administratie in het kader van Beter Bestuurlijk Beleid werd in december 2006 na een jaar werking beslist om de werkgroep communicatie op te heffen en dit thema te integreren in de werkgroep ondersteunen lokaal woonbeleid (zie verder).
In het protocol werd ook de afspraak opgenomen om jaarlijks een politiek overleg te organiseren tussen de minister, de gedeputeerden en politiek afgevaardigden van de VVSG.
In de loop van 2006 kwamen de stuurgroep en de verschillende werkgroepen geregeld samen. De stuurgroep staat in voor de coördinatie, opvolging, bijsturing en evaluatie van de werkzaamheden in de drie werkgroepen.
De werkgroep gegevensverzameling en –analyse concentreerde zich hoofdzakelijk op de opvolging van het onderzoek lokaal woonbeleid door het Kenniscentrum voor Duurzaam Woonbeleid (zie verder) en op de besprekingen over de ontwikkeling van een huisvestingsdatabank waarin gegevens van verschillende bronnen zouden kunnen geïntegreerd worden.
De werkgroep communicatie richtte zich in 2006 op de implementatie van de ‘premiezoeker’, een internetapplicatie die een overzicht biedt van alle Vlaamse, provinciale en gemeentelijke premies waarvoor een burger in aanmerking komt (zie verder). De werkgroep besprak ook een mogelijke samenwerking rond de promotie van sociale verhuurkantoren, maar dit viel allemaal stil vanaf maart 2006. Na een poging om de werkgroep nieuw leven in te blazen in september, werd uiteindelijk in december 2006 door de stuurgroep beslist om de werkgroep op te heffen en het thema te integreren in de werkgroep ondersteunen lokaal woonbeleid.
De werkgroep ondersteunen lokaal woonbeleid kwam ook al verschillende keren samen. Er werd in de werkgroep vooral gedebatteerd over het opstellen van een Vlaams reglementair kader voor ondersteuning lokaal beleid en de bijhorende krachtlijnennota en over de evaluatie van de experimenten lokaal woonbeleid. In de loop van 2006 waren er door de reorganisatie op Vlaams niveau nog heel wat onduidelijkheden over een aantal zaken waardoor de werkgroep in 2006 slechts twee keer samenkwam. In de loop van 2007 wordt de frequentie van vergaderingen opnieuw hoger verwacht aangezien men samen aan het werk kan om de krachtlijnennota en het ontwerp van reglementair kader te bespreken.
Voor meer info over de werking van de verschillende werkgroepen en de stuurgroep kan u steeds contact opnemen met Leen Bonte, stafmedewerker VVP.
De gemeente kreeg in de Vlaamse Wooncode een spilfunctie in de uitvoering van het woonbeleid. Informatie over de mate waarin en de wijze waarop de gemeenten die rol, omschreven in de Vlaamse wooncode, opnemen op het terrein ontbreekt voorlopig nog. Nochtans is deze informatie noodzakelijk voor het voeren en monitoren van het eigen woonbeleid ten aanzien van het lokale niveau. Dit gebrek werd sterk aangevoeld op het Vlaamse niveau, maar ook de provincies en de VVSG kampen met gelijkaardige informatienoden. Vooral de eigen dienstverlening aan de openbare besturen zou hiermee verbeterd kunnen worden.
Daarom werd vanuit de Vlaamse overheid een onderzoeksproject opgestart. Dit project is opgevat als een gemeenschappelijk project, in een verregaande samenwerking tussen de verschillende beleidsniveaus. Het uitwerken van een “uniform registratie-instrument lokaal woonbeleid” sluit dan ook perfect aan bij het interbestuurlijk akkoord dat werd afgesloten tussen de verschillende bestuursniveaus op het vlak van wonen (zie Dossier: interbestuurlijk protocol wonen). Dit onderzoek werd dan ook door de interbestuurlijke werkgroep ‘gegevensverzameling en –analyse’ opgevolgd.
Het onderzoeksproject wordt uitgevoerd door het Hoger Instituut Voor de Arbeid (HIVA) en werd als ad-hoc-opdracht toegekend aan het Kenniscentrum Duurzaam Woonbeleid. Vanaf 1 januari 2007 werd het Kenniscentrum opgedoekt en vervangen door het Steunpunt Wonen en Ruimte, die de opdracht verder zal opvolgen.
Binnen het onderzoek werden alle beschikbare data in kaart gebracht en werd opgelijst welke data nog ontbraken. Met deze informatie werd dan een on line enquête opgesteld die door alle lokale besturen (gemeenten en OCMW’s) ingevuld zou worden.
Eind 2006 werd dan de enquête verstuurd naar alle gemeenten en OCMW’s en werd gevraagd om deel te nemen aan de webbevraging, die werd aangeboden via de website “bouwen en wonen” van de Vlaamse overheid.
De provincies hebben actief meegewerkt aan de webbevraging. De gemeenten werden vanuit de provincies aangeschreven om hen van de enquête op de hoogte te brengen en de provincies staan ook in voor de opvolging. De provinciebesturen sporen de gemeenten aan om de enquête in te vullen en werkten zo mee aan een goede respons.
Tegen april 2007 wil men de dataverzamelingsfase afsluiten. De Vlaamse administratie zal dan de datacleaning, (her)codering van de open vragen en de aanvulling van de gegevens op zich nemen. Vanaf augustus hoopt men dan te kunnen starten met de verwerking van de data lokaal woonbeleid tot een globaal Vlaams basisrapport. Er zal ook voor elke gemeente en voor elk OCMW een standaardrapportje voorzien worden waarin de gemeente vergeleken wordt met andere gemeenten, met het gemiddelde... Tot slot is het ook de bedoeling dat het onderzoek tot aanbevelingen voor het Vlaamse woonbeleid leidt.
Voor meer info kan u terecht bij Katrien Tratsaert (HIVA).
Op 19 januari 2006 lanceerde Vlaams minister van Wonen Marino Keulen de website ‘premiezoeker’.
De premiezoeker, ontwikkeld door de e-government cluster bouwen en wonen in samenwerking met Vlaamse en provinciale instanties, integreert de bestaande premies van de federale en de Vlaamse overheid, de provincies en de gemeenten die eraan deelnemen. Er werd hiermee één virtueel loket verwezenlijkt waar iedereen kan nagaan voor welke overheidssteun in verband met zijn specifieke woonsituatie hij of zij in aanmerking komt.
Premiezoeker geeft méér dan een eenvoudig overzicht van de mogelijke premies. Het instrument vertelt ook welke premies daadwerkelijk kunnen worden aangevraagd en welke voor een gezin met een welbepaald inkomen en samenstelling niet relevant zijn. De website centraliseert dus zowel de steunmaatregelen als de voorwaarden van alle relevante actoren.
Als burger moet je niet langer verschillende websites, brochures en reglementen raadplegen om te weten welke, voor jou persoonlijk interessante, tegemoetkomingen er in je eigen gemeente, je provincie, in Vlaanderen en België bestaan.
Ook de deelnemende besturen en huisvestingsactoren kunnen voor de eigen dienstverlening een beroep doen op het overzicht van de tegemoetkomingen dat Premiezoeker biedt. Zo zal een gemeente die deze applicatie gebruikt, wijzigingen in de gewestelijke of provinciale premiestelsels niet langer op de voet moeten opvolgen omdat de informatie van de hogere overheidsniveaus automatisch actueel blijft. Wel blijft elke actor verantwoordelijk voor de juistheid van de informatie rond de door de eigen instelling aangeboden steunmaatregelen.
De premiezoekerapplicatie is op zich een ‘lege doos’. Het opvullen van die doos met alle mogelijke woonpremies, kon én kan enkel door een succesvolle samenwerking tussen de deelnemende partners: de Vlaamse overheid, de Vlaamse provincies en de steden en gemeenten.
De premiezoeker kwam dan ook uitgebreid aan bod tijdens de werking van de interbestuurlijke werkgroep ‘Communicatie’ binnen het interbestuurlijk protocol wonen.
Op dit ogenblik zijn alle federale, Vlaamse en provinciale tegemoetkomingen raadpleegbaar op www.premiezoeker.be. De meeste kernsteden zijn ook al ingestapt. Voor de gemeenten zijn praktische opleidingen georganiseerd bij de afdeling Woonbeleid. De provincies ondersteunen de gemeenten bij het invoeren van hun premies.
Premiezoeker kan je zowel raadplegen op www.premiezoeker.be als op de gemeentelijke of provinciale website. De lokale besturen en provincies kunnen de premiezoeker-website immers gemakkelijk integreren in de eigen website. Zo kan elke gemeente, stad en provincie uitpakken met haar eigen premiezoekerloket dat er net zo uitziet als de eigen website.
