Welkom bij de Vereniging van de Vlaamse Provincies.

Hoe zetten de provincies het integraal waterbeleid om in de praktijk? Het antwoord vindt u hieronder in de vorm van een aantal voorbeeldprojecten.




Ruimte voor water in de provincie AntwerpenRuimte voor water in de provincie Antwerpen

De verwerving van strategisch gelegen percelen is de beste manier om te garanderen dat deze ruimte beschikbaar blijft voor water. Na aankoop worden dergelijke percelen door de provincie Antwerpen steeds ingericht voor maximale waterberging gecombineerd met een ecologische en landschappelijke meerwaarde voor de omgeving. Heel speciaal wordt het natuurlijk wanneer op die cruciale percelen ooit huizen zijn gebouwd.

In 2008 besloot de provincie om de vallei van de Grote Nete terug de ruimte voor water te geven die ze oorspronkelijk had en die ook noodzakelijk is om op andere plaatsen wateroverlast te kunnen vermijden. Er werd o.a. beslist tot het uitwerken van een uitdoofscenario voor zes woningen gelegen tussen de Kleine Hoofdgracht en de Grote Nete, midden in valleigebied, habitatrichtlijngebied en overstromingsgebied. Deze huizen staan in een gebied dat de laatste tientallen jaren geconfronteerd werd met een sterk veranderende waterhuishouding ten gevolge van een toenemende kweldruk en een verhoogde grondwatertafel. 

Eén woning bevindt zich aan de samenvloeiing van de Kleine Hoofdgracht en de Grote Nete, de vijf andere huizen situeren zich aan de Peer Luytendijk te Balen tussen de Kleine Hoofdgracht en de Grote Nete. Aangezien het praktisch onmogelijk is om via ingrepen deze huizen in de toekomst van wateroverlast te vrijwaren, is het van groot belang dat deze woningen geen nieuwe, nietsvermoedende, eigenaars krijgen. De provincie Antwerpen besliste daarom om over te gaan tot de aankoop van de zes huizen, gekoppeld aan een sociaal uitdoofbeleid. Na verkoop aan de provincie kunnen de bewoners er zolang ze willen blijven wonen. 

Als de woningen vrij komen worden ze onmiddellijk afgebroken, zodat op termijn het valleigebied kan hersteld worden en water terug alle ruimte krijgt. In 2011 kon een derde woning aangekocht worden. Gezien deze woning door de eigenares onmiddellijk werd verlaten na aankoop, zal deze woning in de loop van 2012 kunnen afgebroken worden en zal het perceel als overstromingsgebied ingericht worden.

Contactpersoon voor meer info: Didier Soens, Dienst Waterbeleid, tel. 03-240 64 13, didier.soens@admin.provant.be



Provincie Vlaams-Brabant werkt samen met gemeenten en landbouwers aan erosiebestrijdingProvincie Vlaams-Brabant werkt samen met gemeenten en landbouwers aan erosiebestrijding

Verschillende gemeenten hebben sterk te lijden onder erosie van landbouwgronden. Telkens als het fel regent, stroomt met het water ook de goede landbouwgrond van de akkers weg. De modder komt terecht op straten en in woningen. Grachten of beken slibben dicht zodat het risico op overstromingen toeneemt.

Omdat Vlaams-Brabant de meest erosiegevoelige provincie van Vlaanderen is, heeft zij aan de strijd tegen erosie een hoge prioriteit gegeven. Zij begeleidt gemeenten bij het uitvoeren van hun erosiebestrijdingsplan, zij sensibiliseert en informeert via demonstratieprojecten de landbouwers over aangepaste teelttechnieken.

Ondertussen hebben al vijf Vlaams-Brabantse gemeenten een overeenkomst gesloten met de provincie om samen het erosiebestrijdingsplan op te stellen. Zo'n twintig andere gemeenten die al een goedgekeurd erosiebestrijdingsplan hebben, rekenen nu op de provinciale erosie-coördinatoren om de voorgestelde maatregelen uit te werken en de ontwerpplannen te tekenen. De erosiecoördinatoren volgen de projecten ook administratief op en staan in voor het overleg met landbouwers.

Daarnaast geeft de provincie ook subsidies voor de uitvoering van de werken. Op 18 mei 2010 heeft de provincieraad daarvoor het licht op groen gezet met een nieuw subsidiereglement en sindsdien zijn er al voor twaalf projecten subsidies toegekend.
Belangrijker nog dan het bestrijden van erosie, is het voorkomen ervan. Daarom investeert de provincie in het sensibiliseren van landbouwers om aangepaste teelttechnieken te gebruiken. In het arrondissement Leuven hebben verschillende onderzoeksprojecten, zoals het Interregproject BodemBreed en zijn voorgangers, het nuttig effect daarvan aangetoond, en demonstratieacties hebben de landbouwers uit de omgeving ervan overtuigd dat de gewasopbrengst even hoog blijft.

Om ook in het heuvelende en erosiegevoelige Pajottenland het draagvlak te vergroten voor het toepassen van brongerichte erosiebestrijdingstechnieken, heeft de provincie sinds drie jaar een demonstratieveld in Vollezele. Verschillende vormen van niet-kerende bodembewerking worden er vergeleken met klassiek ploegen. Metingen van de gewaskwaliteit en de opbrengsten bevestigen dat niet-kerende bodembewerking erosiebestrijdend werkt en economisch rendabel is. In een kenniscirkel wisselen de deelnemende landbouwvers hun ervaringen over erosiebestrijding onderling uit.

Contactpersoon voor meer info: Rolf Debruyn, Dienst Waterlopen, tel. 016-26 75 62, rolf.debruyn@vlaamsbrabant.be

Aanpak wateroverlast in de provincie West-Vlaanderen

In het verleden had het centrum van Kortemark te kampen met wateroverlast wanneer het hevig regende. Bij de historische watersnood van 3 en 4 juli 2005 liep de schade in Kortemark op tot ruim vijf miljoen euro. In 2010 heeft de provincie in de omgeving van de Spanjaardbeek grote beveiligingswerken uitgevoerd. Naast het bestaande bufferbekken werd een nieuw wachtbekken aangelegd, waardoor de totale buffercapaciteit werd opgetrokken tot 100 miljoen liter. 

In het kader van een integrale aanpak werden er ook verschillende poelen en aanplantingen voorzien in het controleerbaar overstromingsgebied. Het project kreeg een recreatieve meerwaarde, dankzij een knuppelpad dat de gemeente dwars door de overstromingszone aanlegde. Er werden verschillende wandel- en fietspaden en visplaatsen voorzien rond de Stationsput. Een totale oppervlakte van 10 hectare woonuitbreiding- en landbouwgebied werd omgevormd tot een parkgebied met een overstromingsfunctie. Zo kreeg het centrum van Kortemark een echte groene long. Er zijn al zo’n twintigtal projecten gerealiseerd in de provincie, zowel grote als kleine. 

Vaak wordt voorzien dat landbouwers water kunnen onttrekken in periodes van droogte, om zo hun akkers te bevloeien. Op die manier worden wateroverlast en watertekort tegelijkertijd aangepakt.

Contactpersoon voor meer info: Jan Vandecavey, Dienst waterlopen, tel. 050-40 31 11, jan.vandecavey@west-vlaanderen.be


Herinrichting van Demer in Bilzen (provincie Limburg): voorbeeld van integraal waterbeheerHerinrichting van Demer in Bilzen (provincie Limburg): voorbeeld van integraal waterbeheer

De herinrichting van de rivier de Demer is een project dat te velde laat zien wat integraal waterbeheer betekent. Bij dit project moest met alle aspecten van het waterbeheer rekening gehouden worden. Uiteindelijk heeft de Demer weer zijn eeuwenoude plaats in de stad Bilzen teruggekregen.

Waterlopen zijn onlosmakelijk verbonden met dorpen en steden. Wie Bilzen zegt, zegt de Demer. Na de overstromingen van 1998 en 1999 vroeg de stad aan de provincie om ‘eventjes’ de Demer te komen ruimen. Een diepgaand onderzoek leverde al snel op dat ‘eventjes’ ruimen geen soelaas meer zou brengen aan de diverse problemen rond de Demer. Indien er niet drastisch ingegrepen werd, was een nieuwe ramp niet te overzien. Omvallende muren, allerlei bouwsels en vuil en vies slib zouden moeten opgeruimd worden. En de Demer bleek in het centrum niet bereikbaar. Waar dus beginnen? De provincie ontwikkelde een plan dat vandaag volledig uitgevoerd is.

De opdracht om de Demer vrij te maken van alle obstructies om overstromingen tegen te gaan, bleek in de doortocht van Bilzen een bijzonder moeilijke opdracht omdat het water tijdens de werken niet kon omgeleid worden. Nochtans dienden de kaaimuren en brugjes helemaal uitgebroken en vervangen te worden. Er moest daarom voor een gedeelte in de rivier zelf gewerkt worden. Deze twee molens vormden het begin- en eindpunt van de werken.

Eerst werd het geklasseerde monument de Bilzermolen - die op instorten stond - aangepakt. Het ontwerp werd gemaakt door de Dienst Waterlopen en in 2001 afgerond. Afgesloten werd met de vergroting van de doorstroomsectie aan Meershovenmolen in 2011. Beide molens kregen een unieke vistrap aangemeten zodat vissen de hindernis van de molenval kunnen passeren.

Een specifiek probleem waren de talrijke lozingen van de huizen naast de Demer. Om te voorkomen dat in ieder huis de riolering richting straatkant moest uitgebroken worden, was er maar één oplossing mogelijk: de riolering in en vlak langs de Demer leggen. De nieuwe Demer werd ook helemaal aangekleed door omliggende straten te renoveren. Zo werd de Romboutsstraat mee vernieuwd en uniforme brugjes bepalen vandaag het uitzicht. De Demer is terug in het stadsbeeld aanwezig met trapjes die de verbinding maken met het straatniveau.

Opnieuw kan er gewandeld worden langs de Demer. Vanaf het cultureel centrum door park Hafmansen verder over een loopbrug over de Demer door het mooi aangelegde groen tot het gerenoveerde Begijnhof en zo verder door park Tabaert kan je nu de hele Demer volgen. Hiervoor werd een volledig nieuw concept uitgewerkt: het metselwerk van de kaaimuren maakte er plaats voor een rustieke oeververdediging in zeer zware zandkleurige stapelstenen. Dit sluit beter aan bij het landschap in het park. Een authentiek wasvrouwtje in de Demer herinnert aan vroegere tijden.

De Stad Bilzen en de provincie hebben goed samengewerkt. Het kostenplaatje van de oorspronkelijk gevraagde “ruiming” is hiermee wel opgelopen tot 6 miljoen euro. Bilzen droeg zijn deel bij. De verkregen Europese subsidies en subsidies voor de riolering van de Vlaamse Milieumaatschappij werden gebruikt als financiële sluitsteen. Na een decennium lang werken in het Demerstadje heeft de provincie hiermee als beheerder van de Demer zijn taak in Bilzen volbracht.

Contactpersoon voor meer info: Rik Awouters, Directie Ruimte, Dienst Water en Domeinen, tel. 011-23 73 20, hawouters@limburg.be