Skip to main content
FilePdf

Mobiliteit

De rol van de provinciebesturen inzake mobiliteitsbeleid wordt mooi samengevat in het Mobiliteitscharter 2013 (bijlage onderaan), dat de provinciebesturen in 2013 ondertekenden samen met het Vlaams Gewest. Dit charter erkent de provinciebesturen zowel in hun ondersteunende rol aan lokale besturen, burgers en private actoren, als in hun jarenlange ervaring in het veld als betrouwbaar expertisecentrum. Daarnaast identificeert het charter vijf deeldomeinen van het provinciaal mobiliteitsbeleid.

1. Toekomstgericht bovenlokaal fietsbeleid

Het geïntegreerd fietsbeleid met o.a. de aanleg van fietssnelwegen is een speerpunt van het provinciale mobiliteitsbeleid. De provinciebesturen integreren hun nog steeds uitbreidend netwerk van fietssnelwegen of fietsostrades in het Bovenlokaal Functioneel Fietsroutenetwerk (BFF) en boeken uitstekende resultaten. De cijfers liegen niet: Vlaanderen telt 110 fietssnelwegen, samen goed voor een netwerk van 2400 kilometer. Van de 110 routes zijn er nu al 61 in gebruik. Dat betekent dat 58% van dit fietsnetwerk of 1406km reeds is gerealiseerd.

Fietsbeleid gaat echter niet enkel over het aanleggen van harde infrastructuur, maar evenzeer over zachte (begeleidende) maatregelen (cf. nudging). Een goede samenhang tussen beide, vanuit een integrale, transversale benadering is essentieel. 

2. Provinciale expertise rond trage mobiliteit

De provinciebesturen zijn de afgelopen jaren uitgegroeid tot kenniscentra op het vlak van trage mobiliteit in het algemeen en buurtwegen in het bijzonder. De wet op de buurtwegen legt de beslissingsbevoegdheid over het wijzigen van de Atlassen van de Buurtwegen bij de provinciebesturen. En de lokale besturen komen bij de provinciebesturen voor ondersteuning en expertise. De provinciebesturen streven ernaar om, in samenspraak met de lokale besturen, buurtwegen te behouden die een belangrijke rol kunnen vervullen in de zogenaamde duurzame ‘trage’ mobiliteit.

3. Blijvend inzetten op verkeersveiligheid en gedragswijziging

Net zoals infrastructuur en handhaving is educatie - in de meest brede zin van het woord - een onmisbaar middel om verkeersgedrag te beïnvloeden. Ook binnen de context van de basisbereikbaarheid en de vervoerregio's is het nemen van 'flankerende' maatregelen inzake verkeersveiligheid prioritair. Het verkeersveilig maken van tewerkstellings- en schoolomgevingen, en hun veilige en vlotte bereikbaarheid garanderen door een integraal aanbod van o.a. flankerende maatregelen, is één van de taken van de taken van de vervoerregioraad.

Op gebied van verkeerseducatie en gedragsbeïnvloeding zijn de provinciebesturen echter niet de enige spelers. Toch spelen zij in dit kader een belangrijke ondersteunende rol, niet in het minst naar de lokale besturen toe. De provinciebesturen benaderen verkeers- en mobiliteitseducatie op een structurele, doelgerichte en 'publieksgerichte' manier, zonder de onlosmakelijke koppeling met de werkelijkheid (infrastructuur) over het hoofd te zien. Alle initiatieven die de provinciebesturen nemen, steunen bovendien op een geïntegreerde aanpak, met betrokkenheid van verschillende (publieke en private) partners en afstemming met de andere middelen die van belang zijn voor gedragsbeïnvloeding o.a. in om school(fiets)routekaarten op te maken, om scholen en gemeenten effectief te ondersteunen door interactieve lespakketten, door het organiseren van opleidingen, door het aanbieden van omvattende educatieve programma's zoals het 10-op-10-label, door een 1-op-1 begeleiding van bedrijven enz.

 

Duurzaam Woon-werk-verkeer

4. Het stimuleren van duurzaam woon-werk- en woon-schoolverkeer

De Provinciale Mobiliteitspunten (PMP’s) bieden concrete bedrijfsbegeleiding aan en ondersteunen ondernemingen bij het uitwerken van een toekomstig mobiliteitsbeleid, onder meer door mobiliteitsanalyses (mobiscans). Deze begeleiding en ondersteuning wordt bovendien kosteloos aangeboden aan alle geïnteresseerde bedrijven. Het terreinwerk van de PMP’s leidt tot meetbare, positieve resultaten, zodat hun bedrijvennetwerk zich gestaag uitbreidt. Cijfers tonen aan dat de Vlaamse ondernemingen de PMP’s beschouwen als (neutraal en aanspreekbaar) eerstelijnscontact. Zij vinden er dan ook alsmaar beter hun weg naartoe. De provinciebesturen zijn de ideale partners in het voortzetten van maatwerk voor bedrijven die een dergelijke modal shift willen realiseren voor hun werknemers.

Een echte motor voor het duurzaam mobiliteitsbeleid binnen bedrijven is de woon-werkcampagne "de testkaravaan komt eraan". Met de testkaravaan kunnen bedrijven en hun werknemers 2 weken lang een elektrische fiets, bakfiets, plooifiets, speed pedelec enz. uittesten op hun eigen woon-werktraject. Deze laagdrempelige campagne is sinds de start zeer succesvol. Ongeveer 40% van de deelnemers-testers gaan 1 jaar nadien nog steeds duurzaam naar het werk. Bovendien lanceren veel bedrijven nadien concrete acties zoals een groepsaankoop elektrische fiets of fietslease. De testkaravaan werd opgestart door de provincie West-Vlaanderen, maar vond ondertussen navolging in de andere provincies.

Voor de toekomst willen de provinciebesturen samen met de Vlaamse overheid werken aan het stroomlijnen van de pendelfondsprocedure en een meer systematische monitoring van de modal shift op het terrein.


Mikaël Van Eeckhoudt - Algemeen directeur Fietsersbond

‘De Vlaamse provincies spelen hun grondgebonden bevoegdheden ten volle uit, zeker wat fietsbeleid betreft. De vooruitgang die door hun inzet geboekt wordt, is tastbaar voor fietsers en dat is vanuit ons oogpunt voor de Fietsersbond de grootste meerwaarde van de provincies.’

Mikaël Van Eeckhoudt - Algemeen directeur Fietsersbond

5. Gebiedsgerichte mobiliteitsvisies en een geïntegreerd mobiliteitsbeleid 

Tot slot ontwikkelen de provinciebesturen gebiedsgerichte mobiliteitsvisies en resultaatgerichte actieplannen met duurzaamheid als kernelement. Deze gebiedsgerichte mobiliteitsvisies zijn er om het mobiliteitsbeleid van verschillende gemeenten zo goed mogelijk onderling af te stemmen. Verkeer en mobiliteit houden immers niet op aan de gemeentegrens; integendeel, de oplossing van een mobiliteitsprobleem voor de ene gemeente kan al snel zorgen voor een nieuw probleem in een andere gemeente.

De Vlaamse provinciebesturen bevinden zich in een uitstekende positie om geïntegreerd te werken aan (boven)lokale mobiliteitsvraagstukken door de manier waarop ze georganiseerd zijn: de transversale samenwerking van de diensten mobiliteit, ruimtelijke ordening, milieu, economie, welzijn, toerisme enz. is immers hun unique selling proposition.

6. Basisbereikbaarheid

Begin 2019 trad een nieuwe, aangepaste versie van het Mobiliteitscharter in werking, met voornamelijk één nieuw element. Het nieuwe charter stelt dat de provinciebesturen, in het kader van het ontwerpdecreet Basisbereikbaarheid (bijlage onderaan) "een actieve bijdrage zullen leveren aan de vervoerregiowerking en hun expertise ter beschikking zullen stellen". Hoewel de provinciebesturen heel wat problemen zien in het ontwerpdecreet (VVP-standpunt onderaan), hebben zij in de 4 proefregio's (Aalst, Antwerpen, Mechelen, Westhoek) - op uitnodiging van de regioraden - inderdaad een actieve bijdrage geleverd.

Ontwerpdecreet Basisbereikbaarheid

Desondanks werd de deelname van de provinciebesturen in de vervoerregioraden niet opgenomen in het decreet - enkel daar waar 'het grondgebied van de provincie gelijk valt met de afbakening van de vervoerregio'. De VVP nam daarom op 7 februari deel aan de hoorzitting omtrent het ontwerpdecreet in het Vlaams Parlement, waar de VVP enerzijds ijverde voor de decretale verankering van de deelname van de provinciebesturen in de vervoerregioraden; en anderzijds de rechtsonzekerheid aankaartte die zou kunnen ontstaan door de artikelen die provinciale ruimtelijke beleidsplannen ondergeschikt maken aan de mobiliteitsplannen die worden vastgelegd in de vervoerregio's. Ter opvolging van de hoorzitting en na intern - politiek en ambtelijk - overleg, verstuurde de VVP volgende brief naar de commissieleden.

De VVP staat met haar kritiek trouwens niet alleen, onder meer de Mobiliteitsraad en reizigersorganisatie TreinTramBus spaarden de kritiek niet.

Bijlagen

Provinciaal Mobiliteitscharter 2013

  • Wetgeving
Download

Provinciaal Mobiliteitscharter 2019

  • Wetgeving
Download

Ontwerpdecreet Basisbereikbaarheid

  • Wetgeving
Download

VVP-Standpunt Ontwerpdecreet Basisbereikbaarheid

  • VVP Standpunt
Download

VVP Brief Basisbereikbaarheid

  • Ondersteunend
Download

Contact

VVP-Stafmedewerker: Alban Pols (alban.pols@vlaamseprovincies.be of 02 508 13 24).

Elke provincie is uiteraard uniek. Bekijk hier wat uw provinciebestuur voor u doet inzake mobiliteitsbeleid: