Skip to main content
FilePdf

Vergunningverlening, evaluatie en handhaving

De provinciebesturen zijn ervaren en verantwoordelijke vergunningverleners. Een correcte vergunningverlening is van belang voor zowel de aanvrager als voor de omgeving. De provinciebesturen zijn het beleidsniveau bij uitstek om het overzicht en de gelijkwaardigheid te garanderen, rekening houdend met de lokale omstandigheden. De provincies engageren zich er ook toe om alle betrokkenen te begeleiden in deze toch complexe en vaak erg technische materie. Er wordt gestreefd naar een duidelijke besluitvorming via overleg (tussen omgevingsvergunningscommissies) en door middel van hoorzittingen. Daarnaast creëren de provinciebesturen ook maatschappelijk draagvlak door onder andere voorlichting en inspraak.  

1. Vergunningverlening 

Doorheen de jaren werden de provinciebesturen ervaren en verantwoordelijke vergunningverleners. Vergunningen zijn een belangrijk instrument voor de overheid om beleid vorm te geven. Een correcte vergunningverlening heeft uiteraard een groot belang voor diegene die het aanvraagt, maar ook voor de hele omgeving. Hierbij hebben de provincies aandacht voorde provinciale doelstellingen en engagementen rond klimaat en de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s), meer specifiek doelstelling 11 “Duurzame steden en gemeenschappen”.  

Het provinciebestuur is het geschikte bestuursniveau om de bovenlokale aanvragen in eerste aanleg te behandelen. Daarnaast is het provinciebestuur ideaal geplaatst om bij beroepen tegen gemeentelijke vergunningsbeslissingen, het dossier in zijn totaliteit opnieuw te beoordelen. De provinciebesturen staan ver genoeg van het lokale niveau om dergelijke dossiers vanuit een zekere afstand te kunnen beoordelen, maar staan anderzijds dicht genoeg bij dit lokale niveau om ook oog te hebben voor de lokale bekommernissen. De provincies slagen er dan ook in om aanvragen en beroepen tijdig en kwaliteitsvol te behandelen. Dit is in de eerste plaats te danken aan de inzet en expertise van de provinciale ambtenaren, maar ook door de investeringen in efficiënte, digitale procedures.  

2. Praktijkervaring  

De provinciebesturen zijn in staat om flexibel om te gaan met de dynamische aard van omgevingsvergunningen.  Zowel procedureel, inhoudelijk als door arresten en juridische kwesties, verandert het landschap immers continu. De provinciebesturen gaan hier flexibel mee om en  stemmen onderling af. Ze kennen de praktijksituatie van nabij en zijn daarom uitstekend geplaatst om de impact van wetgeving of arresten ook te vertalen naar de praktijk. Bovendien hebben de provinciebesturen sterk werkende opvolgsystemen en zijn ze goed uitgerust om dossiers te behandelen. Bij wijzigingen kunnen de provinciebesturen goed inschatten wat de invloed hiervan  is en hoe in de praktijk de vergunningverlening verloopt of hierdoor zal/kan wijzigen. Deze praktijkervaring is essentieel voor een vlot vergunningsproces en om de impact van theoretische wijzigingen in de praktijk in te schatten.  

Omgevingsloket

2. Vergunningverlening is een beleidsbeslissing gebaseerd op een afwegingsproces

Vergunningverlening is een beleidsbeslissing gebaseerd op een afwegingsproces De taakstelling van de deputatie op het vlak van vergunningsverlening is geen vrijbrief. Een technische en omvangrijke regelgeving de contouren waarbinnen deze bevoegdheid wordt uitgeoefend (stringente en snelle procedures en planologische en milieu-hygiënische randvoorwaarden). Naast de legaliteit moet ook de opportuniteit van de aanvragen - in eerste aanleg of in beroep - overwogen worden. In wezen is dit een afwegingsproces tussen verschillende belangen: tussen private belangen voor bedrijven en omwonenden, tussen individuele (economische) belangen en het algemeen belang, tussen tewerkstelling en gezondheid, veiligheid en rust, milieu en klimaat… Deze legaliteits- en opportuniteitsafweging is een beleidsopdracht. Het houdt een beleidskeuze in en komt nadrukkelijk toe aan de politiek gelegitimeerde deputatie die de dossiers (ook in beroep) volledig onderzoekt.


Schauvliege

De provinciebesturen beschikken over heel wat bevoegdheden, know how en deskundigheid om werk te maken van uitdagingen in dossiers als waterlopen, natuur, landbouw, platteland en ruimtelijke ordening. Daarnaast zijn de provinciebesturen ervaren en verantwoordelijke vergunningsverleners en zijn ze uitgegroeid tot ruimtelijke regisseurs waarbij hun transversale beleidsaanpak een duidelijke meerwaarde biedt.

Mevrouw Joke Schauvliege - Voormalig Vlaams Minister voor Omgeving, Water, Natuur en Landbouw

3. Vergunningverlening is een beleidsbeslissing gebaseerd op een afwegingsproces 

De taakstelling van het provinciebestuur op het vlak van vergunningverlening is geen vrijbrief. De contouren waarbinnen deze bevoegdheid wordt uitgeoefend worden bepaald door complexe regelgeving (dwingende en snelle procedures en inhoudelijke verplichtingen, zoals planologische en milieu-hygiënische randvoorwaarden). Naast de legaliteit moet ook de opportuniteit van de aanvragen in eerste aanleg of in beroep overwogen worden. In wezen is dit een afwegingsproces tussen verschillende belangen: tussen private belangen voor bedrijven en omwonenden, tussen individuele (economische) belangen en het algemeen belang, tussen tewerkstelling en gezondheid, veiligheid en rust, milieu en klimaat en een goede ruimtelijke planning. Deze legaliteits- en opportuniteitsafweging is een beleidsopdracht. Het houdt een beleidskeuze in en komt nadrukkelijk toe aan de politiek gelegitimeerde deputatie die de dossiers (ook in beroep) volledig onderzoekt.  

4. Verder inzetten op onderbouwde beleidsbeslissingen  

De provincies zijn bovendien goed geplaatst om een grondige analyse van de vergunningsaanvraag of het beroep te doen. Om te komen tot onderbouwde, kwalitatieve en gedragen adviezen of beslissingen, is dat nodig. De provinciebesturen beschikken daartoe enerzijds over de nodige instrumenten, zoals de hoorzitting in het kader van beroepen of de provinciale omgevingsvergunningscommissie (POVC), en anderzijds over de nodige provinciale diensten, expertise en deskundigen. In die knowhow willen de provinciebesturen verder investeren, zowel qua middelen als qua personeel. Er is daarbij duidelijk nood aan een helikopterzicht over het vergunningenlandschap.  

De provinciebesturen zijn verder het beleidsniveau bij uitstek om overzicht en gelijkwaardigheid te garanderen binnen een alsmaar complexer wordende regelgeving, rekening houdend met de lokale omstandigheden en gevoeligheden. Door periodiek overleg tussen de verschillende provinciale omgevingsvergunningscommissies en de gewestelijke omgevingsvergunningscommissie en via de hoorzitting wordt gestreefd naar een duidelijke besluitvorming. Deze werkwijze, die door alle belanghebbenden wordt gewaardeerd, toont elke dag haar meerwaarde en voorkomt veel problemen. Aansluitend zorgen de provinciebesturen voor een groter maatschappelijk draagvlak bij de toekenning van een omgevingsvergunning door de organisatie van voorlichting, raadpleging, inspraak …  

5. Ondersteuning van gemeentebesturen  

Net zoals bij andere beleidsdomeinen, vervullen de provincies ook rond vergunningen een belangrijke ondersteunende rol naar gemeentebesturen toe. Om het omgevingsvergunningsproces optimaal te laten werken, is een ondersteunend beleid immers essentieel. De provincies zetten daarbij als bestuurlijke partner in op vorming, overleg en samenwerking met doelgroepen, in het bijzonder met de lokale besturen. De provinciebesturen engageren zich er ook toe om alle betrokkenen hun weg te helpen vinden in deze toch vrij ingewikkelde en vaak erg technische materie.  

4. Flankerende maatregelen

Om de Omgevingsvergunning optimaal te operationaliseren is een flankerend beleid essentieel. De provincies willen daarbij als bestuurlijke partner inzetten op vorming, overleg en samenwerking met doelgroepen, in het bijzonder met de gemeenten.

6. Evaluatie 

Een milieuvergunning werd in het verleden voor maximaal 20 jaar afgeleverd. De omgevingsvergunning geldt in principe steeds voor onbepaalde duur. Dit mag er niet toe leiden dat afbreuk wordt gedaan aan de bescherming van de mens en het leefmilieu. Om dit te garanderen wordt bepaald dat de exploitatie aan evaluaties door de overheid worden onderworpen.  

De nadruk ligt tegenwoordig volledig op de algemene evaluaties van de GPBV-installaties. Dit zijn de grotere bedrijven waarover Vlaanderen moet rapporteren aan Europa en zijn meestal bedrijven waarvoor de provinciale deputatie fungeert als de vergunningverlenende overheid. De aansturing gebeurt door Vlaanderen via meerjarenprogramma’s. De eigenlijke coördinatie en de uitvoering van de evaluatie loopt via de provinciale omgevingsvergunningscommissie. 

7. Handhaving 

Huidig wetenschappelijk onderzoek raadt aan dat planning, vergunning en handhaving één onlosmakelijk geheel vormen. Het heeft immers geen meerwaarde om een cyclus van plannen, vergunnen en evalueren te doorlopen zonder bijhorende handhaving. De handhaving van provinciale vergunningen moet logischerwijze ook de provinciale beleidsvisies en prioriteiten volgen. Tot vandaag hebben de provinciebesturen echter een beperkte bevoegdheid voor handhaving en is er weinig aandacht voor het doorvertalen van provinciale beleidsvisies en prioriteiten in Vlaamse of lokale handhaving.  

In de afgelopen jaren maakten de provinciebesturen in de schoot van de VVP de afspraak om zich in te schrijven in de handhaving in al zijn aspecten. Tot op vandaag heeft de Vlaamse Regering echter geen invulling gegeven aan die bereidheid. De provinciebesturen blijven ambitieus op het vlak van handhaving van door haar verleende omgevingsvergunningen en willen samen met andere overheden hierin een grotere rol opnemen. 

 

 

Handhaving

Contact

Beleidsadviseur: Brent Roobaert  (brent.roobaert@vlaamseprovincies.be of 0472 24 61 78).

Elke provincie is uiteraard uniek. Bekijk hier wat uw provinciebestuur voor u doet inzake Vergunningenbeleid en toezicht: